Keek op de week (233)

‘Ik heb u een tijd niet gezien,’ zei ik tegen visser in bootje naast ophaalbrug bij Reeuwijkse plassen. Verderop klotste water tegen kale zeilbootjes. Man zat daar zomer/winter – pal naast fietspad – te hengelen. ‘Vroeg me af of u naar Bahama’s was verhuisd.’
‘Naar de Bahama’s!’ zei man met bulderende lach. ‘Van mijn pensioentje?’
Stilte. Daarna, serieus: ‘Ik ben ziek geweest. Kanker. Tijdens iedere chemo dacht ik: zodra ik beter ben, ga ik weer vissen op mijn vaste stek. En nu zit ik hier weer.’
Hij slikte iets weg.
‘Die krengen bijten nog steeds niet. Ze vreten wel mijn aas op.’
‘Dus eigenlijk voert u de vissen?’ stelde ik.
‘Ja, zo kun je het ook zien,’ bulderde man weer.
‘Goed om u weer te zien.’
‘Bedankt…bedankt dat u…aan me hebt gedacht,’ zei hij geëmotioneerd.
‘Ha Kees!’ groette man andere man bij groenteafdeling in AH. Hij droeg spijkerbroek en poloshirt, en had krop ijsbergsla in hand.
Kees liep op Poloshirt toe. ‘Tijd geleden, man. Hoe bevalt het in Friesland?’
‘Uitstekend. De dichtstbijzijnde buren wonen een kilometer verderop.’ Hij pakte nog een ijsbergsla in andere hand en hield beide kroppen voor zijn borst. Hij trok zijn wenkbrauwen omhoog, knipperde met zijn ogen en grijnsde.
Beide mannen schaterden.
‘Hé man, ik kom een keer bij je op de koffie,’ zei Kees.
‘Had ik je uitgenodigd dan?’ Waarna Poloshirt er snel aan toegevoegde: ‘Stuur gewoon effe een appje.’
‘Doe ik. Hoe ben je eigenlijk in Friesland terecht gekomen?’ vroeg Kees.
‘Over de Afsluitdijk.’
Deurbel ging.
Liep naar keukenraam om te kijken wie op stoep stond.
Studentikoos type in windjack met iPad in hand. Moest ik weer naar slecht verhaal over goed doel luisteren. Mijn gegevens ophoesten en geld overmaken. Wil best geld in collectebus stoppen, maar teken noppes.
Ik schudde nee.
Student hield legitimatie omhoog.
Zwaaide dag met hand.
Windjack zette stap in tuin en hield ID tegen glas.
Trok luxaflex dicht.
Joris schudde schaterend nee.
‘Met voordeurbelcamera was ik op stoel blijven zitten, hè? Is het belangrijk dan stoppen ze maar folder door brievenbus. Wat is er?’ vroeg ik, toen Joris almaar nee bleef schudden. Hoopt hij nou nog steeds dat ik fatsoensrakker word?
‘Niks,’ snikte hij. ‘Ik zie het gewoon voor me.’
Droomde dat ik door golvend landschap met stokoude bomen wandelde. Achter onbekende man aan. Vreemd genoeg voelde hij vertrouwd. We liepen achter elkaar over geitenpaadje en zwegen.
Soms was ik Onbekende kwijt vanwege mistflard. Tijdens opklaring stonden we in de zon bij eenvoudige houten schuur. Glas in sponningen. Openstaande deur, vastgezet met klink. Op de vloer lagen houtkrullen.
Binnen rook het naar koffie en zaagsel. Op houten bank lag een potlood en opengeslagen puzzelboek met doorlopers, in een welbekend handschrift.
Onbekende man was mijn vader.
Met die constatering werd ik wakker. En weende. Waarom zeiden wij niets tegen elkaar?
Omdat het in dromen zo niet werkt. (Tenzij je lucide kunt dromen.)
Besloot dat het een goede droom was. Mijn vader mag dan dood zijn. Ergens – op een fijne plek – zaagt en timmert hij alsof zijn leven ervan afhangt.
Wie oh wie heeft zin mee te doen aan authentiek Sinterklaas-surprise-spel van Melody?
Klik HIER voor meer info en om je op te geven.

Foto Pixabay by ELG21







